IMG_0035

Op de thee bij Marieke van Delft, conservator bij de Koninklijke bibliotheek


theepotkleinOp een prachtige
Indian Summer dag stap ik op mijn fiets naar het station op weg naar Den Haag. Ik heb uitgekeken naar deze dag omdat ik op de koffie ga bij een vrouw die ik bewonder, namelijk Marieke van Delft, de conservator Oude Drukken van de Koninklijke Bibliotheek.
Ik ben Marieke op het spoor gekomen toen ik samen met mijn dochter een rondleiding in de KB volgde, waarna Marieke ons een presentatie gaf over haar expertisegebied: héél oude boeken. Zij deed dit met zoveel enthousiasme, dat de deelnemers niet het geplande halfuurtje, maar ruim anderhalf uur aan haar lippen hingen, terwijl zij het een na het  andere vuistdikke, in leer gebonden boek rond liet gaan. Wat een enthousiaste verteller en wat een mooie job, daar wilde ik meer van weten. En zoals dat gaat bij mij, als ik een goed verhaal heb geroken, dan ga ik mijn neus achterna. Gelukkig wilde Marieke ondanks haar drukke agenda tijd vrijmaken voor een goed gesprek en een kop thee, met een stroopwafel uiteraard.

portret marieke van delft

 

 

 

“Ik herinner me nog heel goed het gevoel dat ik had toen ik voor het eerst zo’n 17e eeuws boek in mijn handen had.”

 

je bent conservator Oude Drukken, wat houdt dat eigenlijk in?

Dat betekent dat ik hier bij de Koninklijke Bibliotheek verantwoordelijk ben voor het inhoudelijke beheer van oude boeken, drukken van 1450 tot 1800. Ik moet zorgen dat de collectie aangevuld wordt dus ik koop oude boeken bijvoorbeeld bij antiquariaten of bij veilingen. Daarnaast is het de bedoeling dat mensen deze boeken ook kunnen zien en daarom geef ik presentaties, lezingen en colleges en schrijf ik artikelen erover. Ik beantwoord vragen van bezoekers en ben coördinator van enkele kennisdiensten zoals een bibliografie van alle boeken die tussen 1473 en 1800 in Nederland gedrukt zijn. Ik zit ook in een internationale groep van European Research Libraries, om gezamenlijk te kijken hoe we deze oude drukken het beste  onder de aandacht van het publiek kunnen brengen en wetenschappelijk kunnen ontsluiten.

Waarom vind je het belangrijk dat dit soort oude werken gezien worden?

Deze oude boeken zijn de basis van onze geschiedenis. Het is ons cultureel erfgoed en boeken zijn extra bijzonder omdat het niet alleen oude materiële objecten zijn, maar omdat ze ook een inhoud hebben waarvan het belangrijk is dat die gezien en gewaardeerd wordt. Zo kun je bijvoorbeeld parallellen zien tussen de ontwikkeling van de eerste boeken, na de uitvinding van de boekdrukkunst in 1450 en de ontwikkeling van nieuwe media. Daarover komt volgend jaar februari een tentoonstelling ‘Conn3ct, 2 media, 1 verhaal’ naar Den Haag, in museum Meermanno waaraan ik meegewerkt heb.

Wat ik ook zo mooi vind aan oude boeken is dat ze je een heel direct persoonlijk contact met de geschiedenis bieden. Ik ben niet meteen conservator geworden en heb nogal een geschiedenis afgelegd voordat ik in deze functie terecht kwam, maar ik herinner me nog heel goed het gevoel dat ik had toen ik voor het eerst zo’n 17e-eeuws boek in mijn handen had: ”Jeetje, dit hebben mensen toen vastgehad en ik heb het nu vast”.

Je hebt nu een baan waar je duidelijk je passie in kwijt kunt, maar je vertelde net dat het best een lange weg is geweest voordat je bent gekomen waar je nu bent. Zijn er als je terugkijkt in je leven belangrijke gebeurtenissen te noemen die bepalend zijn geweest voor jouw persoonlijke geschiedenis?

Mijn moeder is heel jong overleden. Ik was elf toen ze borstkanker kreeg en achttien toen ze overleed vlak voor mijn eindexamen. Dat heeft veel invloed gehad op hoe ik me voelde in de jaren daarna en ook op de keuzes die ik maakte. Ik wilde altijd kinderarts worden maar toen ik het hele ziekteproces van mijn moeder gezien had, wilde ik dat niet meer. Ik besloot om archeoloog te worden, maar ook in die richting vond ik niet wat ik zocht. Nadat ik de propedeuse van zowel kunstgeschiedenis als geschiedenis had gehaald, ging uiteindelijk alsnog geneeskunde studeren. Mijn vader was huisarts en wilde dat erg graag. Hoewel ik de studie geneeskunde ook niet leuk vond, heb ik wel mijn kandidaatsexamen gehaald, vergelijkbaar met een Bachelor. Nadat ik een zomer in het ziekenhuis had gewerkt, wist ik echter zeker dat ik dat echt niet wilde.

Achteraf gezien was ik die hele periode gewoon heel ongelukkig, depressief zelfs, maar dat begreep  ik toen niet. Ik miste mijn moeder en ik voelde me erg alleen, er was geen ruimte om die rouw goed te verwerken. Toen ik een vacature zag van de Koninklijke Bibliotheek , realiseerde ik me dat alles wat ik deed met boeken te maken had. Ik heb gesolliciteerd en werd aangenomen. Dat was 1 juli 1978.

Je loopbaan begon hier dus bijna 40 jaar geleden. Kun je iets vertellen over de stappen die je daarin hebt gezet?

Hoewel ik veel gestudeerd had kwam ik in zekere zin bij de KB binnen als ongeschoolde medewerker en moest onderaan beginnen. Omdat ik verder wilde komen en merkte dat ik de inhoudelijke banen echt leuk vond, ben ik een eenjarige bibliotheekopleiding gaan volgen en daarna een  opleiding tot literatuuronderzoeker van anderhalf jaar. Inmiddels was ik bibliografisch medewerker geworden. Voor het werk dat ik wilde doen, had ik echter een academische opleiding nodig. Toen heb ik het bijvak boekwetenschap gedaan en daar heb ik mijn man ontmoet. In 1989 ben ik alsnog de avondstudie geschiedenis aan de Universiteit Leiden gaan doen, twee avonden in de week. In 1994 ben ik afgestudeerd en rond die tijd kreeg ik ook mijn eerste kind. Ik was toen 39 jaar.

Maar toen ben je niet gestopt met leren, want op jouw kaartje staat dr. en niet drs. Je bent dus gepromoveerd. Dat moet een prachtig moment zijn geweest in je loopbaan.

Jazeker, zo’n promotie is net een huwelijk, maar dan in je eentje. Het was een prachtige dag. Ik ben gepromoveerd in Leuven. Er zaten wel 150 mensen in de zaal, ook heel veel uit Nederland. We hadden zelfs een bus geregeld. Het was echt superleuk!
Maar er zijn wel meer mooie momenten geweest. Bijvoorbeeld de aanschaf van een heel bijzonder boek over Alexander de Grote, uit 1491. De eerste Nederlandse roman in proza!  Ik ben bijvoorbeeld ook heel trots op de facsimilés die de KB samen met Lannoo heeft uitgebracht en waar ik de eindredactie van deed. Deze reproducties van oude drukken zijn heel goed ontvangen en verkocht. Het was veel werk, maar ik werk graag en ook veel, niet alleen hier. ‘s Avonds thuis zit ik vaak te schrijven omdat ik daar anders niet aan toe kom. In overvolle weken zoals deze denk ik: ‘Marieke dat heb je niet handig gedaan, je had niet op al die dingen ja moeten zeggen.’ Maar ja, ik vind het allemaal ook heel leuk.

Je gaf net aan dat boeken de rode draad zijn in alles wat je doet en hebt gedaan. Had je vroeger ook al een grote liefde voor boeken? Wat was je favoriete boek als kind?

Ik heb heel lang de boeken Het Kleine Huis, van Laura Ingalls Wilder gelezen en herlezen. Er is een vreselijke televisieserie van gemaakt, maar ik vond de boeken heerlijk. Ook De Bikkel van Diet Kramer heb ik graag gelezen. Ik herkende me in het leven en de problemen van de gymnasiaste Bikkel en haar vrienden, waarvan enkelen het ook moesten stellen zonder vader of moeder. En toen ik nog jonger was ook nog de hele Marieke serie van Mia Bruyn-Ouwehand.

jeugdboeken

Verhalen met een vrouwelijke hoofdrol. Als je één dag iemand anders zou kunnen zijn, misschien wel een heldin uit een boek. Voor wie zou je dan kiezen?

Die keuze is gauw gemaakt. Ik zou graag een dagje in de voetsporen stappen van Maria Sibylla Merian, iemand waar ik nu veel mee bezig ben. Zij leefde van 1647 tot 1717 en was empirisch wetenschapper én zeer begenadigd kunstenares. Ik schilder zelf ook graag, al heb ik daar nu niet veel tijd voor, en ik vind haar een fascinerende vrouw. Zij was, helemaal voor die tijd,  enorm ondernemend en zelfstandig. Ze reisde in 1699 met haar dochter naar Suriname, waar ze met een bootje de jungle in ging om daar onderzoek te doen naar de metamorfose van insecten: hoe ontwikkelt een rups zich tot een vlinder? Zij bestudeerde dat proces nauwkeurig en publiceerde daarover haar meesterwerk Metamorphosis insectorum Surinamensium (gepubliceerd in 1705). Een verslag met 60 schitterende illustraties en wetenschappelijke omschrijvingen van de ontpopping van rupsen tot vlinders. In 2017 is het 300 jaar geleden dat zij overleed. Ik zou wel een kijkje willen nemen in haar leven toen.

  IMG_0047Van het originele werk van Maria Sibylla Merian is een moderne reproductie, een facsimile, gemaakt die op 11 oktober verschijnt bij Uitgeverij Lannoo. Je moet ervoor in de buidel tasten – het boek kost 99 euro –  maar het misstaat op geen enkele salontafel (mits deze niet te klein is want het boek is meer dan een halve meter hoog!)

Je zit hier echt op je plaats. Waar ben je dankbaar voor en wat zou je nog heel graag willen? Waar zullen we op proosten? (we doen het even met thee bij gebrek aan champagne)

We hebben het vooral over mijn werk hier gehad, maar op de eerste plaats ben ik enorm dankbaar voor mijn man en voor het feit dat ik op latere leeftijd twee gezonde kinderen heb mogen krijgen.

Wat mijn werk betreft ben ik nu aan het oogsten en er komen allerlei hele leuke dingen op mijn pad. Wat ik doe voelt niet als werk. Ik houd van een uitdaging en vind het leuk om dingen te fixen, ik ben een echte doener. Ik zou het wel prettig vinden als ik even géén bijzondere projecten zou hebben, dan zou ik eens alle achterstallige zaken kunnen afhandelen, zoals mijn kamer opruimen en alle e-mails wegwerken, waaronder ik soms haast wordt bedolven. Mijn werk neemt zoveel tijd in beslag dat ik niet zo vaak de gelegenheid heb om bij te praten met vrienden. Dat is de andere kant van de medaille. Er zouden meer dan 24 uur in een dag moeten zitten!

Dan laat ik je nu verder gaan met je werk. Heel hartelijk bedankt dat je tijd wilde vrijmaken om je verhaal met mij te delen. Het was fijn om bij jou op de thee te mogen komen.

Na ons gesprek laat Marieke mij nog wat mooie illustraties en boeken zien. Ik mag twee ansichten uitzoeken met Merian’s illustraties en als klap op de vuurpijl nodigt Marieke me uit voor de boekpresentatie. Dat wil ik zeker niet missen! Met de ansichtkaarten, uitnodiging, een lege thermoskan én een goed verhaal in mijn rugzak, loop ik terug naar het station. Het was weer een prachtige ontmoeting, nu snel aan het werk om Marieke’s verhaal op te schrijven en te delen. Bij deze!

TIP 1: Bekijk ook het mooie filmpje dat is gemaakt ter gelegenheid van de verschijning van het boek van Merian, met daarin ook een bijdrage van Redmond O’Hanlon (die hiervoor ook bij Marieke op bezoek is geweest;-)

TIP 2: Wil je ook eens een kijkje nemen achter de schermen van de Koninklijke Bibliotheek?Ze organiseren regelmatig rondleidingen en presentaties. Opgeven kan via de website

 

Storytelling, de lichte en donkere kant van het verhaal

Inspiratie oproepen of angst aanjagen? de verantwoordelijkheid van storytellers

Storytelling heeft  toverkracht;  een goed verhaal heeft de kracht om de gedachten, gevoelens en het gedrag van mensen te beïnvloeden. ‘With great power comes great responsibility’ schreef Voltaire al (een quote die overigens later veel bekender werd door de film Spiderman :-) Verhalenvertellers hebben dus een belangrijke verantwoordelijkheid, of je nu verhalen vertelt als docent, politicus, geestelijke, journalist of marketeer.

Als verhalenverteller kun je kiezen voor verhalen de mensen inspireren en versterken of voor verhalen die angst aanjagen en verdeeldheid creëren. In zijn boek Winning the Story Wars bespreekt auteur Jonah Sachs de donkere kanten van storytelling en welke verhalen je daartegenover kunt zetten. Een inspirerend boek dat ik iedereen die zich bezighoudt met verhalen vertellen kan aanraden. 

sTorytelling als positieve kracht

Mijn visie op storytelling is, dat je de kracht van verhalen moet inzetten om mensen te inspireren en motiveren om hun persoonlijke unieke waarde te ontdekken (en te delen met anderen). Zo kunnen verhalen helpen om elkaar te begrijpen, te waarderen en leidt het delen van verhalen tot meer  verbondenheid niet alleen binnen je eigen groep van gelijkgestemden, maar juist ook met anderen. Telkens als er een persoon of organisatie op mijn pad komt waarvan ik denk: dat is een inspirerend verhaal, dan schrijf ik het op en deel ik het, zodat het zijn weg vindt naar zoveel mogelijk mensen. Deze keer is dat het verhaal van Arthur&Willemijn.

Het verhaal van Arthur&Willemijn

Arthur & Willemijn Stores is met zes modezaken maar een kleine speler in de modebranche, toch lieten zij vele grote concurrenten achter zich en scoorden dit jaar bij de verkiezing van beste winkelketen van Nederland in damesmode de hoogste waardering voor service en klantloyaliteit. Wat maakt Arthur & Willemijn tot zo’n sterk merk? Je wordt immers niet zomaar de beste van Nederland.

We gaan drie jaar terug. In 2013 traden Sander en Willemijn in de voetsporen van hun (schoon)ouders en gingen toen nadenken over welk verhaal zij met Arthur&Willemijn wilden vertellen. Wat waren hun eigen drijfveren, waar werden ze blij van en wat gaf hun energie? Bovendien werden zij geraakt door de enorm kritische blik waarmee vrouwen zichzelf bekeken en waardoor ze hun eigen schoonheid niet zagen. Hier wilden ze wat mee. Uiteindelijk vertaalden ze dat in  hun visie: Beyoutifull.

Beyoutiefull staat voor ‘Ben volledig in verbinding met jezelf, dan ben je op je mooist.’ Dit concept werd in de zes winkels geïntroduceerd om te benadrukken dat het bij schoonheid gaat om de binnenkant. Willemijn licht toe: “Bij mode gaan we er altijd vanuit dat deze te maken heeft met de buitenkant, met het uiterlijk, maar het is mijn visie dat je eerst moet weten wie je bent en wat bij je past, voordat je de kleding kunt vinden waarin jij je op je best voelt. Het werkt dus van binnen naar buiten en niet andersom.”

De filosofie van Beyoutiefull is geen papieren belofte, maar wordt op alle manieren uitgedragen. Dit betekent onder andere dat klanten altijd persoonlijk worden geholpen en dat er geen spiegels in de paskamers hangen. Het gaat hier niet om het snel verkopen van een blouse of truitje, maar om de persoonlijke styling van klanten. En daar wordt ruim de tijd voor genomen. Deze persoonlijke aandacht, hulp en advies leidt ertoe dat vrouwen met een blij gevoel de winkel verlaten en zo tevreden zijn dat ze ware ambassadeurs worden.*

STORYTELLING GERICHT OP empowerment, echtheid en positiviteit

Dit is empowerment marketing optima forma. De hele organisatie van Arthur&Willemijn wordt gedreven vanuit de oprechte wens om de wereld een beetje beter te maken. En dat dit ook nog een prachtig commercieel resultaat oplevert, is het bewijs dat je kunt winnen als je deze hogere waarden centraal stelt in plaats van verkooptargets.

Het verhaal van Arthur&Willemijn past in de beweging die gaande is, waarin mensen op zoek zijn naar echtheid en positiviteit. Denk bijvoorbeeld ook aan de Real Beauty campagne van Dove en hun self-esteem programma voor jonge vrouwen. Het zijn dit soort bedrijven die hebben begrepen dat geld verdienen én een positieve bijdrage leveren elkaar niet bijten.

Empowerment storytelling heeft tot doel hebt om je klanten te inspireren om hogere waarden na te streven (denk ook aan de ‘Yes, we can’ campagne van Obama). Dit in tegenstelling tot inadequacy storytelling die juist inhaakt op de angsten en onzekerheden van mensen, met de boodschap: Je bent niet goed zoals je bent. Je telt pas mee als je mijn product/dienst koopt (of op mij stemt). Bedrijven, media, politici die op deze manier te werk gaan, creëren angst en bieden vervolgens de ‘magische’ oplossing. Ook daarmee verkoop je producten (en win je kiezers), alleen wordt de wereld er niet beter van.

Welk verhaal wil jij vertellen met je bedrijf?

Ik help je graag om jouw positieve verhaal in de wereld te zetten. Stuur me een berichtje en ik neem contact met je op: info@edithdewit.nl

*meer informatie over A&W vind je op www.arthurenwillemijn.nl

 

De toverkracht van kleding

de baljurk van AssepoesterRingen, spiegels, glazen muiltjes, rode kapjes, schitterende baljurken en oude vodden. Dit zijn elementen die te maken hebben met het uiterlijk van de heldin en die we veelvuldig tegenkomen in verhalen. Voordat Assepoester naar het bal gaat krijgt ze de mooiste baljurk. Ze zier er daardoor zo anders uit dan normaal dat niemand haar herkent, zelfs haar stiefmoeder en stiefzusjes niet. Kleding heeft in dit geval twee functies. Enerzijds geeft het haar de mogelijkheid om naar het bal te gaan (dienstmeisjes worden daar niet toegelaten) en het lef om dat ook daadwerkelijk te doen. Anderzijds is het een vermomming. Assepoester betreedt een nieuwe vreemde wereld, maar ze verschuilt zich achter haar prinsessen-vermomming. Haar kleding maakt haar dus minder kwetsbaar, maar haar eigenlijke identiteit is nergens te bekennen. Pas als de prins stad en land afzoekt om het meisje te vinden dat het schoentje past en haar uiteindelijk herkent in het dienstmeisje in haar oude kloffie, dan pas kan zij haar ware zelf tonen en uiteindelijk koningin worden.

De les die we hieruit kunnen trekken is dat kleding enerzijds een krachtig hulpmiddel kan zijn als je je zelfverzekerder wilt voelen en indruk wilt maken, maar dat het ook een valkuil kan vormen. Je kunt je zelf verliezen in je kleding, je eigenheid ermee verhullen. Kleding wordt dan een vermomming, een onzichtbaarheidsmantel, die anderen belet om je echt te zien en waarmee je dus afstand schept en jezelf belemmert om te kunnen stralen.

Interview met Willemijn van Buiten – Arthur & Willemijn Stores

In hoeverre klopt deze les uit het verhaal met de realiteit? Ik vroeg het aan Willemijn van Buiten, van modeketen Arthur & Willemijn Stores, zij introduceerde het concept Beyoutiefull. Hieronder een beknopte versie van het gesprek. Het hele artikel is opgenomen in mijn boek.

Beyoutifull staat voor ‘ben volledig in verbinding met jezelf, dan ben je op je mooist.’ Dit concept hebben wij in onze winkels geïntroduceerd om te benadrukken dat het bij schoonheid gaat om de binnenkant. Bij mode gaan we er altijd vanuit dat deze te maken heeft met de buitenkant, het uiterlijk, maar het is mijn visie dat je eerst moet weten wie je bent en wat bij je past, voordat je de kleding kunt vinden waarin jij je op je best voelt. Het werkt dus van binnen naar buiten en niet andersom.

Ga je dan bij het adviseren niet uit van het uiterlijk van een vrouw?

Natuurlijk kijken onze adviseurs naar wat voor feitelijke lichaamsbouw een klant heeft en wat haar kleurtype is, maar daarmee ben je er nog niet. Dit beeld van iemand zegt niets over haar persoonlijke voorkeuren en onzekerheden. Laat ik mezelf als voorbeeld nemen. Op basis van mijn kleurtype is rood een goede kleur voor me, maar ik voel me helemaal niet prettig in rood. Dat is wat ik bedoel. Iedere kleur heeft een emotionele waarde, laat deze niet  voorbijgaan aan je eigenwaarde. Je moet als je vrouwen echt blij wilt maken verder gaan dan afmetingen, kleuren en stijlen.

In verhalen gebruikt de heldin kleding om zich te vermommen, om haar ware identiteit te verhullen. Herken je dat ook in de manier waarop vrouwen met kleding omgaan?

De manier waarop je je kleedt zegt niet alleen iets over jezelf, maar ook over de groep waar je bij hoort of bij wilt horen. Kijk maar naar de bankenwereld, allemaal pakken voor mannen én vrouwen, een uniform. Vrouwen die bij ons kleding komen uitzoeken voor een sollicitatiegesprek vragen in eerste instantie vaak om een pak. Ze lijken zich bij voorbaat aan te passen aan een norm die er misschien niet eens is of die wellicht niet zo strak is als zij denken. Het is op safe spelen, het is de gedachte: als ik me aanpas aan de anderen, dan maak ik een grotere kans om de baan in de wacht te slepen en er echt bi te gaan horen. Mijn vraag is dan altijd: ‘draag je zelf graag pakken? Voel je je daar prettig in?’ Zo ja, prima, maar zo nee, dan gaan we op zoek naar iets waarin je je wel prettig voelt en er ook nog eens goed en representatief uitziet.

Hoe kan kleding je dan wel laten stralen?

Het is mijn persoonlijke ervaring dat je ook als je in het bedrijfsleven werkt en succesvol wilt zijn in je vak, je best een eigen stijl kunt hebben. Dat is juist wat je onderscheidt, waardoor je een eigen gezicht krijgt en waardoor mensen je onthouden. Dat kan ook eng zijn en kwetsbaar maken, maar het is ook een bron van kracht en schoonheid. Ik heb al jaren een klant, ze draagt maat 44 en is zo compleet gelukkig met zichzelf dat ze straalt. Zij is voor mij een prachtige vrouw en een inspirerend voorbeeld dat als je volledig met jezelf in verbinding bent, je op je allermooist bent. Eerst de binnenkant, dan de buitenkant.

meer weten over Arthur&Willemijn Stores? Kijk op www.shop.arthurenwillemijn.nl

 

 

Je hoeft je zelf niet te fixen.

Op de basisschool leerden mijn kinderen een lied dat begon de regel: ‘Jij bent goed zoals je bent.’ Een fijn uitgangspunt om kinderen mee te geven, maar dat ik als volwassene soms lijk te zijn vergeten. Hoe vaak ik mezelf niet betrap op zelf saboterende opmerkingen als: het gaat je niet lukken, je bent hier niet slim genoeg, niet bijzonder genoeg, niet aantrekkelijk genoeg voor.

Als de innerlijke heks van zich laat horen –

Dat is de stem van mijn innerlijke heks, ik noem haar Ursula, en ze laat zich graag en vaak horen. Hoewel haar bedoelingen volgens mij nobel zijn – ze is bang dat ik op mijn neus ga – werkt haar stem mij behoorlijk op de zenuwen. Gelukkig heb ik haar leren herkennen en weet haar ook gerust te stellen. Ze is niet verdwenen, maar ik kan het volume van haar stem nu zelf regelen. En dat is wel zo prettig.

De heldin wordt sterker door de heks

In verhalen komen heksen in alle soorten en maten voor en surprise, surprise…het is de kracht van de heks die de heldin uiteindelijk sterker maakt. Zo sterk dat ze uiteindelijk zichzelf durft te zijn. Niet slimmer, mooier, verstandiger, ouder of jonger – er hoeft niets gefixt te worden, ze hoeft alleen zichzelf maar te ontdekken.

card dorothy

Het zijn de magische schoenen van de heks, die Dorothy uiteindelijk terugbrengen naar huis.

Meer over de heksen en heldinnen in verhalen én in je eigen leven lees je in mijn boek:

In de voetsporen van de heldin.

De kracht van Jane Eyre

jane eyre boek

Gisteren keek ik met mijn dochter voor de zoveelste keer naar de film Jane Eyre, naar de  wereldberoemde roman van Charlotte Brontë. Iedere keer dat ik deze film bekijk, zie ik er weer iets nieuws in en herken ik de verschillende fases in haar heldinnenreis. Wat me vooral opvalt aan Jane Eyre is juist haar onopvallendheid.  Waar de meeste heldinnen in verhalen en op het witte doek schoonheden zijn, is Jane heel alledaags, een grijze muis. Haar rijkdom schuilt van binnen en is slechts toegankelijk voor hen die haar op waarde weten te schatten.

Wat heeft dat te maken met de foto hiernaast zul je je misschien afvragen. Waarop je de voeten van Dorothy – uit the Wizard of Oz – ziet in haar magische rode schoenen. Jane heeft geen magische rode schoenen en moet het ook stellen zonder baljurk, gouden ring of ander hulpmiddel waarmee heldinnen vaak ‘gewapend’ aan hun reis beginnen. Wat ze echter wel gemeen hebben is het verlangen naar een andere, grotere wereld zonder muren, het land achter de horizon. Het verlangen om deze nieuwe wereld te kunnen ontdekken in alle vrijheid. Hun verhaal is als dat van ons nu: al reizend door ons eigen levensverhaal ontdekken en versterken we onze moed en de kracht om thuis te komen. Ik ken Jane nog niet zolang als Dorothy, maar deze ‘grijze muis heldin’ heeft sinds onze eerste ontmoeting, wel een heel bijzonder plekje in mijn hart.